Na de Woontop in de winter van 2024 lanceerde de regering een miljoenenplan om de woningbouw te versnellen. Anderhalf jaar later is er het nodige bereikt, aldus twee nauw betrokken programmaleiders, maar dan moet ook wel. “Als wij niet slagen, sneuvelen er meer woningbouwfabrieken en zal de productie verder dalen.”
Sebastiaan Hameleers en Nicole Maarsen zijn nauw betrokken bij het zogeheten Programma Innovatie Opschaling Woningbouw. “Het I-O-Peeee”, met de klemtoon op de ‘Peeeee’ benadrukt Maarsen. “Dus niet het I-op.”
Ruim een jaar na de lancering, aan de vooravond van een plenair debat in de Tweede Kamer over de woningbouwopgave, maakt het tweetal de balans op in restaurant Pleyn van de Jaarbeurs, waar de opnames van de wekelijkse podcast Bureau Stoer plaatsvinden.
Wat is het IOP precies?
“Het idee stamt af van de Woontop 2024. Daar werd geconstateerd dat we vol moeten inzetten op digitalisering en industriële en conceptuele woningbouw om 100.000 woningen per jaar te kunnen realiseren. Het IOP gaat dus over het versnellen van de woningbouw, industrialisering en standaardisatie.”
Het programma is meerjarig en er is 90 miljoen voor gereserveerd. Wat als het mislukt?
Hameleers: “Dan hebben we in ieder geval ons best gedaan om een complex systeem beter te maken. Het is een publiek-privaat programma. Dat stemt optimistisch en geeft het een goede kans van slagen.”
Maarsen: … “Wat als dit niet lukt?… Dat zou heel erg zijn. Dan gaan er meer fabrieken failliet. En dat zou fataal zijn, want alle beschikbare mankracht in de bouwsector hebben we keihard nodig voor alleen al de renovatie-opgave in Nederland. Als wij niet slagen, zal de woningbouwproductie terugvallen in plaats van stabiel blijven, terwijl we omhoog moeten.”
Jullie zijn nu ruim een jaar onderweg. Hoe gaat het?
Maarsen: “Het eerste jaar vond ik een beetje frustrerend. Ik dacht we gaan gewoon lekker aan de slag. Publiek privaat. Met beleid en praktijk, en meerdere ministeries. Het leek me heel eenvoudig. Innovatie en opschaling, wie wil dat nou niet? Maar al die mensen, meningen en belangen meekrijgen, is toch best complex… ”
Hameleers: “Er zijn al wel verschillende dingen in gang gezet. Zo zal de EKV in 2028 wettelijk zijn verankerd.”
De EKV?
“Dat is een vergunning die we in slechts een dag tijd voor fabriekswoningen kunnen afgeven. Elke fabriek kan straks een type- of systeemgoedkeuring krijgen of nog beter gezegd; een kwaliteitsverklaring. Daarmee hoeft niet elk project opnieuw weer te worden vergund.”
Die vergunning krijg je binnen een dag. Waarom gaat die wet pas over 1,5 jaar in?
“Omdat een wetswijziging minstens 1,5 jaar duurt, dus ik ben daar al voorzichtig optimistisch mee. En dan is het nog ‘slechts’ een wet. Daarna moeten de mensen (lees ambtenaren, red) het gaan omarmen en ervaren dat het hun werk leuker maakt.”
Het IOP richt zich vooral op het verkorten van de planfase die nu gemiddeld tussen de 8 en 12 jaar beslaat. Waarom?
Hameleers. “Omdat de woningbouwcrisis geen bouwprobleem is, maar een coördinatieprobleem. De technische uitvoeringscapaciteit is het probleem niet…”
Wat gaat er fundamenteel mis in die voorbereidingsfase?
“De planfase is sequentieel georganiseerd. Met andere woorden: we doen alles in een analoge volgorde… In een gebiedsontwikkeling maken we mooie plannen, maar als er maar iets tegenzit, ben je weer terug bij af. Dat kost bakken met tijd en moeten we anders gaan organiseren…”
… “Gebiedsontwikkeling is als ouderwetse kerstboomverlichting. Er hoeft maar een lampje te begeven en je hebt helemaal geen licht meer.”
Is het niet ook een kwestie van ‘in geouwehoer kunnen we niet wonen’?
“Het is een coördinatieprobleem. De samenwerkingen rondom woningbouwprojecten zijn te verkokerd en te versnipperd. Het gevolg daarvan is dat we geen besluiten meer kunnen nemen. Alleen met digitalisering kunnen we dit complexe probleem doorbreken. Wij moeten met zijn allen zorgen voor een digitale ruggengraat die dwars door alle betrokken instituten en kerndepartementen heengaat, zodanig dat we echt goede afwegingen kunnen maken.”
Veel woningbouwfabrieken draaien nu op halve toeren. Hoe kun je dat probleem nog meer tackelen?
“De overheid denkt na over gebiedsgerichte investeringen. Je zou daar als voorwaarde aan kunnen verbinden dat je die subsidies alleen uitkeert, als je als initiatiefnemer serieus werkt maakt van digitaal en industrieel bouwen… Nu staan die fabrieken grotendeels leeg. Maar die fabrieken moeten we koesteren, alleen al vanwege het feit dat de sector vergrijst en we de arbeidsproductiviteit en capaciteit hoog moeten houden.”
Is de woningmarktcrisis het gevolg van een falende overheid?
“Het is het falen van een ordeningsprincipe. De overheid heeft daar een belangrijke rol in, maar de markt ook.”
Heb je het gevoel dat de markt, die de afgelopen jaar flink investeerde in fabrieken en woningbouwconcepten, het nog ziet zitten?
Hameleers: “Zeker, maar we moeten niet te lang meer wachten. Als ik kijk naar wat er gebeurt rondom woningbouwfabrieken, dan loert het risico dat de banken, de investeerders en de aandeelhouders het op een gegeven moment niet meer zo leuk vinden. We zullen industriële logica dus een plek moeten geven in de woningbouw, de projectontwikkeling en de plankketen. Anders bekruipt mij het gevoel dat er nog heel veel fabrieken zullen afhaken en niet meer meekunnen.”
Benieuwd naar het hele interview? Luister Bureau Stoer.
