We hebben genoeg standaarden, we gebruiken ze alleen niet consequent, zo laat Pim van Meer zien in deze doolhof. Het gaat er dus niet om wat er ontbreekt, maar in wat we al hebben en structureel negeren. Die verantwoordelijkheid moet de hele bouwketen nemen.
De bouw is een polonaise. Niemand kiest de muziek.
Iedereen zit in zijn eigen karretje, trekt hard aan zijn eigen deadlines, organiseert zijn eigen waarheid, en duwt aan het eind van de rit een lading informatie door naar het volgende karretje in de keten. Ontwikkelaar naar architect. Architect naar bouwer. Bouwer naar belegger. Belegger naar beheerder. Beheerder naar belegger. Belegger naar andere belegger. Van verkoop naar verkoop, renovatie of sloop. Waarbij gebouwinformatie een estafettestok is die je zomaar naar achteren gooit.
En laten we eerlijk zijn: zo gebeurt het vaak ook.
Bij iedere overdracht zit er wel iemand aan de andere kant die de digitale verhuisdozen openmaakt en denkt: wat is dit allemaal? Oude exports, losse pdf’s, onduidelijke definities, lijstjes zonder context, mapjes met namen als DEFINITIEF_V7_NU_ECHT, en ergens onderin nog een bestand waarvan niemand weet wie het heeft gemaakt, maar dat ineens wél heel belangrijk blijkt.
In een gesprek met Danny Gerritsen van Altera, kartrekker van het datastandaardisatie project van de IVBN, kwamen we uit bij een veel fundamentelere vraag. Niet: hoe maken we de overdracht beter? Niet: welk systeem moet het winnen? Niet: welke software wordt de nieuwe heilige graal?
Maar bij de echte vraag is: van wie is die data eigenlijk?
En het antwoord is ongemakkelijk eenvoudig.
Niet van de ontwikkelaar.
Niet van de architect.
Niet van de bouwer.
Niet van de belegger.
Niet van de softwareleverancier die zich graag gedraagt alsof open standaarden een vriendelijke suggestie zijn.
De data hoort gewoon bij het gebouw.
Dat is de denksprong. Niet een digital twin als hip softwareproduct met een gelikt dashboard, maar een gebouw-gebonden model. Een digitale tweeling die niet van een partij is, maar van het object zelf.
Zoals een keuringssticker bij een installatie hoort. Zoals een energielabel bij een pand hoort. En precies daar raakt dit onderwerp aan iets groters.
Want zolang wij blijven denken van A naar B naar C naar D, blijven we ook organiseren alsof iedere partij alleen maar in zijn eigen karretje zit. Danny zei het raak: we kijken nu soms één wagonnetje voor ons of achter ons. Heel soms twee, als we ons avontuurlijk voelen. Maar de werkelijkheid is allang ketenbreed. Iedereen is al met elkaar verbonden, ook als we doen alsof dat niet zo is.
Sterker nog: de pijn reist gewoon mee. En nergens zie je dat duidelijker dan bij beleggers.
Want wat gebeurt er nu te vaak? Een belegger neemt via verkoop afscheid van een portefeuille en wenst de volgende belegger succes daarmee. De deal is rond, de gebouwen zijn overgedragen en de vraagstukken liggen nu bij een ander. Tot diezelfde partij maanden later zelf weer een portefeuille aankoopt en exact dezelfde situatie over zich heen krijgt. Dan is het ineens wél een probleem, want dan is de datakwaliteit ineens strategisch. Dan willen we structuur, definities, vergelijkbaarheid en overzicht. Dat is bijna poëtisch. De sector schrijft zijn eigen strafwerk. Dezelfde problematiek speelt ook als het gebouw een andere beheerder krijgt; dat gebeurt vaker dan wisseling van eigenaar.
Daarom is de boodschap aan beleggers ook vrij eenvoudig: jullie moeten dit begrijpen en meedoen met driedimensionaal digitaliseren. Niet omdat het modieus is. Niet omdat iemand op een congres een glimmend verhaal hield over de toekomst, al doen wij dat met alle liefde.
Maar omdat niemand zijn eigen pijn zo goed kent als jullie zelf. Jullie hoeven het probleem alleen even binnenshuis op te halen. Vraag gewoon aan de mensen die portefeuilles aankopen, beheren, rapporteren en verkopen waar zij dagelijks tegenaan lopen. Het antwoord is er al. Het zit alleen nog opgesloten in losse teams, losse processen en gesloten systemen.
Groot denken en innovatie is mooi. Zonder kritieke massa is het waardeloos. Ik was ooit ook bezig met de mooiste digitale oplossing, met zoveel mogelijk data, met steeds rijkere modellen. Totdat ik zag wat er gebeurde: een klein groepje haakt aan en de rest is kritisch of loopt weg als het te zwaar wordt. En dan sterft vernieuwing. Niet op inhoud, maar op draagvlak.
Daar zit de kracht van MiniBIM. Niet omdat het klein is, maar omdat het precies groot genoeg is om te werken. MiniBIM is geen extra model, geen nieuw speeltje en geen keuze. Het is de minimale set die je nodig hebt om een gebouw überhaupt te begrijpen en besluiten toetsbaar te maken.
En precies daar botste het ook even in het gesprek met Danny. Mijn reflex was: dan moeten beleggers dit zelf gaan organiseren. Hun eigen MiniBIM. Hun eigen standaard. Hun eigen waarheid.
Zijn reactie was simpel: waarom zouden wij dat moeten doen? We hebben geen nieuw systeem nodig. We hebben al genoeg standaarden. We gebruiken ze alleen niet consequent.
Daar zit de echte confrontatie. Niet in wat er ontbreekt, maar in wat we al hebben en structureel negeren. De vraag is dus niet wat we nog moeten bedenken, maar wat we eindelijk eens gaan gebruiken.
We hebben één gedeeld model nodig dat bij het gebouw hoort. Van ontwikkeling naar ontwerp, van bouw naar belegging, van beheer naar transformatie of sloop. Niet als eigendom van een partij, maar als gedeelde waarheid rond het gebouw zelf.
Fileermoment
Hier komt de pijnlijke versie.
De sector heeft geen dataprobleem.
De sector heeft een eigendomsprobleem.
We doen alsof informatie macht is. Alsof je iets verliest als je het goed overdraagt. Terwijl de realiteit simpeler is: slechte data komt gewoon terug. Via de achterdeur. In je volgende deal.
Vooral bij beleggers is dat bijna ironisch. Vandaag verkoop je een portefeuille met gaten. Morgen koop je er één terug met precies dezelfde gaten. Dan is het ineens geen detail meer, maar een risico. Dan moet het wél kloppen.
Dan ben je geen slachtoffer van het systeem.
Dan bén je het systeem.
Dus beleggers: organiseer je data. Niet voor de volgende partij, maar voor jezelf.
Niemand anders voelt de pijn.
Niemand anders gaat het oplossen.
Van wie is die gebouwdata nou eigenlijk?
Van het gebouw.
En zolang wij blijven doen alsof die data van ons is, blijven we elkaar opzadelen met dezelfde fouten, dezelfde gaten en dezelfde vertraging.
We lossen niets op.
We schuiven het alleen door.
De rest van ons loopt alleen even met het karretje mee.
