Kamer debatteert over bouwtempo, lokale regels en ‘de breiwerkjes van oma’

Auteur zonder afbeelding icoon
bouweninstallatiehub
02 juli 2026
4 min

Het commissiedebat over de bouwregelgeving had moeten draaien om de vraag of het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) na ruim dertig jaar toe is aan een fundamentele herziening. Maar de aandacht verschoof al snel naar heel andere onderwerpen: nestkastjes, vleermuizen, bovenwettelijke gemeentelijke eisen en bezwaarprocedures die de woningbouw vertragen.

Dat betekent niet dat de soep helemaal zoutloos gegeten werd. Met name de brandveiligheid is nog altijd een heet hangijzer. Vanuit de SP werd er afgetrapt met stevige kritiek op de huidige regelgeving. “”De brandweer pleit niet voor minder regels, maar voor betere regels,” hield de fractie de minister voor. Volgens de partij is het huidige stelsel, dat teruggaat op de jaren tachtig en negentig, niet meer toegesneden op de werkelijkheid waarin steeds meer kwetsbare ouderen zelfstandig wonen. Ook werd gewaarschuwd dat een ramp zoals de Grenfell-brand zich in Nederland niet laat uitsluiten.

Het CDA koos voor een andere invalshoek. Hanneke Steen schetste hoe een verzorgingshuis door een strikte uitleg van de brandveiligheidsregels veranderde van een huiselijke omgeving in “een arrestantencentrum”. Haar pleidooi: “Brandveiligheid waar het moet, menselijk waar het kan.” De minister werd gevraagd duidelijk te maken welke eisen wettelijk verplicht zijn en waar ruimte bestaat voor maatwerk.

Evenwicht tussen brandveiligheid en thuisgevoel

Hierop haalde de minister een opvallend voorbeeld aan. De minister vertelde over haar overleden oma, die “al haar breiwerk en al haar knutselwerk het liefst in de gang als een soort tentoonstelling” uitstalde. Met deze menselijke anekdote onderstreepte zij dat bewoners zich ook veilig moeten kunnen voelen in een omgeving, terwijl die ook als thuis aanvoelt.

Tegelijkertijd erkende Boekholt O’ Sullivan dat de huidige brandveiligheidsregels ‘niet meer aansluiten bij een werkelijkheid waarin ouderen steeds langer zelfstandig blijven wonen. Het door haar in het voorbeeld genoemde ‘zoeken naar een evenwicht tussen brandveiligheid en thuisgevoel’. Hierna beloofde zij samen met brandweer, zorginstellingen en bewoners naar nieuwe uitgangspunten te kijken. Na de zomer volgt een werkbezoek; uiterlijk in oktober ontvangt de Kamer daarvan de eerste resultaten.

Nestkastjes, obscure fauna en bovenwettelijke gemeentelijke eisen

De discussie over brandveiligheid verdween vervolgens naar de achtergrond. Een groot deel van het debat ging verder over de voorspelbaarheid voor bouwers. De VVD noemde een lange reeks bouwprojecten die vertraging oploopt door beschermde diersoorten – van de rugstreeppad tot de heikikker, de platte schijfhorenslak en de ringslang – en pleitte voor landelijke soortenmanagementplannen.

Deze lange opsomming van de toch wel obscure fauna die Nederland rijk is, leidde tot een luchtig moment. De voorzitter merkte na afloop op: “Het is jammer dat u minder spreektijd had, want dan hadden we nog alle verhalen over alle dieren in heel Nederland willen horen die naar een betere plek moeten gaan.” Ook de verplichte nestkastjes voor beschermde soorten passeerden uitgebreid de revue. Daarnaast vroegen meerdere partijen aandacht voor gemeenten die aanvullende technische eisen stellen boven op de landelijke bouwregels, waardoor projecten nog eens extra vertraagd worden.

In haar weerwoord temperde de minister vooral de verwachtingen, met de mededeling dat zij nauwelijks instrumenten heeft om gemeenten die bovenwettelijke eisen stellen tot de orde te roepen. Met enige zelfspot: “In mijn instrumentenkist zit dat ik kan gaan praten en dat ik nog een keer kan gaan praten.” Wel zei ze toe te onderzoeken of financiële prikkels mogelijk zijn voor gemeenten die toch extra eisen blijven stellen. Daarover ontvangt de Kamer eind september een brief.

Voorlopig geen fundamentele herziening BBL

Ondanks de magere inhoudelijke behandeling en uitkomsten hield Boekholt-O’Sullivan zich goed staande. Ze sprak de taal van de sector, verwees regelmatig naar industrialisering, erkende kwaliteitsverklaringen en standaardisatie, en hield consequent vast aan één uitgangspunt: “Alleen met duidelijke en voorspelbare regels kunnen we tempo maken in de woningbouw.”

Een fundamentele herziening van het BBL ziet zij dan ook niet zitten, althans voorlopig nog niet. “Voor een fundamentele stelselherziening zie ik op dit moment nog geen aanleiding. Onze landelijke regels zorgen voor een veilige, gezonde, duurzame en bruikbare gebouwvoorraad. Dat wil niet zeggen dat de regels in beton gegoten zijn.” De inzet is volgens haar dan ook niet een nieuw BBL, maar het actualiseren van de bestaande regels waar dat nodig is.

Die conclusie van dit debat is daarmee opvallend te noemen. Terwijl de bouwsector steeds nadrukkelijker aandringt op een fundamentele herziening van de bouwregelgeving, lijkt de Tweede Kamer daar vooralsnog weinig behoefte aan te hebben. Prioriteiten liggen vooral bij versnelling van de woningbouw, minder lokale regels en een voorspelbare uitvoeringspraktijk. Het grote debat over een volledig nieuw BBL ging daarmee, ondanks alle verwachtingen, uiteindelijk uit als een nachtkaars.

 
Logo Bouw en Installatie Hub
Dit is een artikel van Bouw en Installatie Hub. Wil je op de hoogte blijven van al het nieuws uit de bouw- en installatiesector? Neem dan een kijkje op de hub en meld je aan voor de online community.